Ik ben een gecompliceerde ziel uit het goddelijke jaar 1981. Weegschaal van sterrenbeeld, en inderdaad eeuwig twijfelend over alles en nog wat. Vol goede bedoelingen en voornemens, die niet altijd worden waargemaakt, en waarvoor ik zelf steeds een prachtig excuus kan verzinnen: “les excuses sont faites pour s’en servir” … dus ik gebruik ze ook.
Als partner ben ik enorm aanhankelijk. Tenminste als mijn lief me blijft boeien en me de aandacht schenkt die ik verdien. Wat niet wil zeggen dat hij geen eigen leven mag leiden. Ik wil een man bij wie ik kan thuiskomen (letterlijk en figuurlijk), die me beschermt (ook tegen mezelf) en die van me houdt. Van mij, van mijn tekortkomingen en ja zelfs van mijn donkere kantjes. Iemand aan wie ik alles kan vertellen. Hij hoeft me niet te begrijpen, luisteren is voldoende.
Als vriendin ben ik eerder een fladderaar. Ik sleep geen jeugdvriendinnen mee, en je moet al heel wat in je mars hebben, wil je mij kunnen blijven boeien. Sommige vriendschappen bloeden dood, enkel door mijn gebrek aan intresse. Andere vriendschappen worden het slachtoffer van een nieuwe relatie. Enkele blijven hangen, maar vriendschap is voor Chaoot momenteel (misschien tijdelijk) een illusie. Versta me niet verkeerd, ik heb wel ‘vrienden’ maar ze zijn niet mijn backbone… daarvoor hebben ze me al teveel teleurgesteld.
Als dochter, ben ik niet altijd de meest populaire mens in huis geweest. Als kind was ik braaf, en kon ik perfect een ganse dag alleen spelen, opgaand in mijn fantasiewereldje. Ik had onzettend veel onzichtbare kameraadjes en een ton knuffelbeesten die me gezelschap hielden. Als puber heb ik hevig gerebelleerd. Op school presteerde ik ondermaats, hoewel ik intelligent genoeg was. En op mijn 15de was ik één van de hangjongeren van ons dorp die zich vooral bezig hielden met skaten en stiekem roken. Eén van hen, een pracht van een kerel, heeft ons 6 jaar geleden al, veel te vroeg, verlaten. Kanker.
Van zodra het huis uit en de apejaren achter de rug, ben ik een normale, respectvolle dochter geworden.
Als zus. Tja, hier zijn we snel uitgepraat.
Ik weet niet hoe F. over me denkt, daar heb ik het raden naar. Ik vermoed dat hij op me neerkijkt, omdat ik in zijn ogen al heel wat fouten heb begaan. Maar, wie is hij om te oordelen natuurlijk?
Het is niet omdat we uit dezelfde schoot zijn geboren dat we elkaar daarom graag zien. Hij is iemand geworden die ik niet graag heb. En dat gevoel is wederzijds …
Als collega ben ik een freak. Een freak in het klasseren, ordenen, … mijn ganse administratie is perfect geordend op datum en op alfabet. Iets uit handen geven doe ik nauwelijks of nooit, omdat ik het eindresultaat toch niet goed vind, en het toch weer opnieuw zal doen. Mijn werkmotto is: “wat je zelf doet, doe je beter”. En ik verwacht eigenlijk hetzelfde van mijn collega’s en mijn fabrikanten en leveranciers. Om het met D. zijn woorden te zeggen: “als je zegt dat je iets zal doen, doe het dan, en doe het goed, en anders moet je zwijgen”
Uiteraard zijn er nog 1000 andere dingen die ik over mezelf zou kunnen vertellen, maar het is niet de bedoeling jullie te vervelen met mijn uiteenzetting over mezelf. Vragen staat vrij natuurlijk …

Heel veel sterkte in je zoektocht naar een oplossing ! En laat me iets weten als je iets gevonden hebt dat helpt.