Er is een tijd geweest dat ik mezelf kon bestempelen als een “zondagskind”. Ik denk niet dat ik in “karma” geloof, maar toen leek het alsof alle goede dingen mijn kant werden opgestuurd. Ik kreeg steeds the benefit of the doubt. Misschien had het te maken met mijn positieve ingesteldheid. De optimist die chaoot toen was, “het glas is halfvol en niet half leeg” remember?
Ik heb er toen te weinig bij stil gestaan, maar nu, nu doe ik dat des te meer. Omdat het lijkt alsof dat geluk het laatste jaar helemaal gekeerd is.
2 jaar geleden leerde ik D. kennen. “This is it” dacht Chaoot. Die eerste maanden waren zalig. Hij was alles wat ik in een man zocht. Maar stilletjesaan (en veel te snel) kwamen de eerste barsten. Barsten die we keer op keer hebben gelijmd. Maar jammer genoeg, eens gebarsten … nooit meer stevig. En ik vraag me af, hoe lang we nog zullen lijmen?
Wanneer geef je iets op? Of blijf je proberen? Wanneer kan je nog in iets geloven?
Moet ik mijn hart volgen? Of volg ik mijn verstand?
En wat als ik besluit het toch op te geven? Hoe pijnlijk dat afscheid ook zal zijn.
Zal het dan beter worden? Maar wat als ik spijt krijg? Want een afscheid van D. is onomkeerbaar.
“Fouten zie je dik als de liefde dun is”, is één van de citaten die in het toilet hangen in het ouderlijk huis. Hij ergert zich dood als ik nog eens een sigaretje durf roken, ik word woest als ik er nog maar aan denk dat hij nog contact heeft met die leugenachtige lellebel van een ex. See what I mean?
Boos in bed gekropen. Tranen opgedroogd. 10 x getwijfeld of ik om 23u toch nog niet even zou vertrekken naar wat vroeger mijn stamcaféetje was. Onder de mensen zijn. Vergeten.
Koppig bedenken “ik blijf aan mijn kant liggen”, tot die onweerstaanbare en oh zo hatelijke drang er weer is om tegen zijn warme lijf te kruipen.
Boos op mezelf vanmorgen, omdat ik toch weer zijn warmte heb opgezocht. Terwijl er in wezen niets veranderd is tegen gisterenavond, de situatie blijft als het zwaard van Damocles boven onze hoofden hangen. Hij vertrekt, geeft me twee zoenen, en zwaait naar me als hij voorbij het raam rijdt.
Ik wil een stabiele relatie. Van dit soort toestanden word ik zelf labiel.
Ik ben minstens 5 kilo te zwaar: emo-eating. Want hoe kan een zak chips toch troost bieden in tijden van LDVD.
Ik neig naar een lichte depressie. Maak afspraken met vriendinnen, om ze dan daags op voorhand af te bellen. Ik twijfel constant aan mezelf. Mijn zelfvertrouwen en zelfrespect zit ver onder het vriespunt.
Ik wil een stabiele relatie.
Pffff ….
Als je zo zwart op wit ziet staan wat je wil en wat je hebt, dan weet je wel wat je te doen staat denk ik…Je zou zoveel gelukkiger kunnen zijn met een man die wel bij je past, waarom blijf je dat uitstellen?
I hear ya,girl!
Ik moet me aansluiten bij Nina,maar ik weet ook wel dat zoiets niet echt evident is.Je weet wel dat het beter zou zijn om met D. te breken maar anderzijds is het vertrouwd en het onbekende kan ook wel afschrikken.En dan hebben we het nog niet gehad over de liefde die je voor hem voelt.De enige raad die ik jou kan geven,is dat je in de eerste plaats van jezelf moet houden want hoe dan ook,met jezelf moet je langer door dan met eender wie anders.Dus stop met dat emo-eten en ga bewegen,voel die eerste lentekriebels en spreek af met die vriendinnen en bel niet af.Succes!